
'Eén op de twintig ouderen wordt mishandeld'; 
NRC.NEXT
18 april 2012 woensdag
Section: Op de hoogte
 Juliette Vasterman
De aanleiding
In vrijwel elk bericht over ouderenmishandeling staat dat één op de twintig ouderen jaarlijks slachtoffer is van mishandeling. Het ANP meldde het als eerste in 1997. Andere media volgden met als resultaat: ruim driehonderd artikelen in vijftien jaar tijd met daarin hetzelfde cijfer.
Zo publiceerde nrc.next vorig jaar nog een groot artikel over ouderenmishandeling. De onderkop luidde: 'Van financiële uitbuiting tot fysiek geweld: één op de twintig ouderen is slachtoffer van mishandeling.' Het Haarlems Dagblad in 2009: 'Geweld treft meer ouderen. Alarmerende toename: één op twintig ouderen is slachtoffer van mishandelingen. ' De Telegraaf in 2005: 'Ouderen in ons land zijn op grote schaal het slachtoffer van geestelijke en lichamelijke mishandeling. Minstens één op de twintig mensen van 55 jaar en ouder heeft te maken met ernstige vorm van verbaal of fysiek geweld.'
Onlangs verscheen het Basisboek ouderenmishandeling Oud leed voor hulpverleners. En weer wordt het cijfer genoemd. Maar klopt het percentage '1 op de 20' wel?
Waar is het op gebaseerd?
Het cijfer is afkomstig uit een onderzoek uit 1994, waarop psycholoog Hannie Comijs vier jaar later promoveerde. In 1997 publiceerde zij er al over, waardoor het percentage sinds 1997 in de media circuleert. Comijs was destijds onderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Het onderzoek is voor zover bekend het meest recente Nederlandse onderzoek naar ouderenmishandeling.
In de studie hanteert Comijs een brede definitie van ouderenmishandeling: fysieke en verbale agressie, financiële uitbuiting en verwaarlozing. Schade die mishandeling veroorzaakt, is niet in de definitie meegenomen.
Hoe is er gemeten?
Comijs heeft voor het onderzoek gebruikgemaakt van de databank Amsterdam Study of the Elderly (AMSTEL). Hierin zijn 4.051 ouderen van 69 jaar en ouder opgenomen die zelfstandig wonen in Amsterdam en kunnen en willen deelnemen aan onderzoek. Door ziekte, overlijden, weigering en moeheid kon niet iedereen uit de databank meedoen. Van de 4.051 hebben er uiteindelijk 1.797 meegewerkt. Aan de hand van scores op verschillende schalen werd na afloop van een vraaggesprek beoordeeld of de respondent het jaar ervoor was mishandeld.
99 van de 1.797 ondervraagde ouderen waren volgens de gekozen definitie mishandeld. Bij 3,2 procent van de ouderen was volgens de onderzoeker sprake van (chronische) verbale agressie, 1,4 procent werd financieel uitgebuit, 1,2 procent bleek slachtoffer van fysieke agressie en 0,2 procent van verwaarlozing. In totaal is het aantal slachtoffers - afgerond naar boven - 5,6 procent van het totaal aantal ondervraagden; één op de twintig.
En, klopt het?
Over de gekozen definitie van ouderenmishandeling kun je debatteren. Zo is in de meeste gevallen (3,2 procent, 58 mensen) sprake van verbale agressie: vooral schreeuwen, beledigen en heel soms bedreigen. Het is echter niet duidelijk in welke context de verbale agressie zich afspeelt: gaat het vooral om kijvende echtelieden die elkaar uitschelden? Ja, zo schrijft Comijs, echtelijke ruzies zijn het meest voorkomend. Ze vermoedt dat naarmate de echtgenoten ouder worden, ze meer ruzies krijgen. Maar het merendeel van de ondervraagden geeft aan de verbale agressie zelf niet als mishandeling te ervaren. Ook de auteurs van het Basisboek Oud leed erkennen dat het een grijs gebied is: 'Als schreeuwen en schelden of grauwen en snauwen al jarenlang deel uitmaakt van een relatie, kunnen we dat dan benoemen als ouderenmishandeling of als een 'normaal' onderdeel van de relatie?' Hetzelfde geldt voor 'iemand die zijn partner of cliënt ruw aankleedt of hardhandig in een rolstoel zet'. Is dat mishandeling, onkunde?
Ook is niet duidelijk hoe representatief de ondervraagde ouderen uit Amsterdam zijn voor de rest van Nederland. Amsterdamse ouderen zouden verbaal weleens wat harder kunnen optreden dan leeftijdsgenoten elders. En het is de vraag of meetresultaten uit 1994 nog actueel zijn.
Bovendien gaat het onderzoek over een specifieke groep: ouderen van 69 jaar en ouder die thuis zelfstandig wonen en mee willen en kunnen doen aan onderzoek. Daarnaast is er een relatief hoge non-response (56 procent). Onduidelijk is hoe de mensen zijn benaderd en waarom sommige mensen niet wilden meedoen. Dat kan een vertekend beeld geven. We weten ook niets over sociale klasse, buurt of afkomst. En het gaat om slechts zeer kleine aantallen: 99 slachtoffers van ouderenmishandeling. Mag je zo'n klein aantal wel projecteren op alle 2,6 miljoen ouderen die Nederland rijk is? En datzelfde geldt voor mensen die fysiek werden mishandeld: 1,2 procent, dat zijn 22 mensen. Een te klein aantal om uitspraken te doen over ouderenmishandeling in heel het land.
Conclusie
Regelmatig staat in de media dat één op de twintig ouderen slachtoffer is van mishandeling. Het cijfer komt uit het enige recente onderzoek naar ouderenmishandeling. Er zijn echter veel vraagtekens te zetten bij de representativiteit van het onderzoek, met als belangrijkste misschien wel dat het onderzoek alleen over thuiswonende Amsterdamse ouderen gaat en achttien jaar geleden is uitgevoerd. Al met al beoordeelt next.checkt de uitspraak dat één op de twintig ouderen in Nederland slachtoffer is van mishandeling als ongefundeerd.
 
Foto Sake Elzinga
